Periode voor 1946
Naast de geestelijke verzorging hadden de zendelingen tijdens hun reizen en verblijf in het binnenland van Suriname, ook vaak te doen met de gezondheidszorg van de boslandbewoners. Aantekeningen, waaruit blijkt, dat zendelingen medische behandelingen hebben verricht gaan terug tot de tweede helft van de achttiende eeuw.
Het begin van de Medische Zending de Evangelische Broedergemeente in Suriname kan men stellen op 3 oktober 1740. Toen kwam nl. br. J. Franz Reynier, vergezeld van zijn echtgenote in Suriname aan. Deze broeder was arts en had de leiding van het zendingswerk in Suriname en was dus de eerste Zendingsarts der Evangelische Broedergemeente.

In 1765 vestigden de duitser Ludwig Christiaan Dehne, de Zwitser Rudolf Stoll en de Engelsman Thomas Jones zich in Sentheakreek aan de Surinamerivier. Het eerste medisch handelen waarbij deze zendelingen bij betrokken waren, was dat een bosneger Jones op 7 januari 1766 aderliet. Deze overleed overgens een maand later. Deze en andere zendelingen hebben naast hun zendingswerk altijd wat medisch werk verricht.
Het eerste zendingsziekenhuis werd gebouwd in 1788 te Sommelsdijk aan de samenvloeiing van de Commewijne en de Cottica en werd in gebruik genomen door de zendeling broeder Seitz en heeft gefunctioneerd tot 1817, dus slechts 39 jaar.
De gedetacheerde zendelingen kregen voor detachering een eenvoudige medische training.
Het zou echter nog tot halverwege de 20e eeuw duren voordat dit medisch werk enige omvang kreeg.

In 1919 werd te Botopasi een eenvoudige polikliniek opgezet.
De horlogemaker Zangern die zich in 1901 in Suriname vestigde, gaf het horloge maken in 1919 op om zich aan de Boven Suriname te vestigen te Granman Staalkondre aan de Tapanahony, waar hij een zendingsziekenhuisje “PRO DEO” stichtte. Vermeldenswaard is dat de patiënten in dit ziekenhuis in hangmaten sliepen. In 1924 ging hij in dienst van de E.B.G. en deed dit werk tot 1933. Op 5 maart 1935 startte de toen 49-jarige verpleegster Nelly de Borst met haar verpleegkundig werk te Ganzee dat ze tot 1944 deed met hulp van haar inheemse helpster. Patiënten konden door haar worden opgenomen in een klein hospitaaltje, welke in 1937 in gebruik werd genomen. Zuster Pieternella Theodora Wilhelmina de Borst, zoals zr. Nelly de Borst officieel heette kan als eerste diacones in Suriname en de grondlegger van de georganiseerde Medische Zending in Suriname genoemd worden.

In die tijd werd er van de patiënten een kleine bijdrage gevraagd. Dit werd van opvoedkundige waarde geacht, maar ingetrokken, toen de minister president de boslandbevolking vrije geneeskundige hulp beloofde.
De belangstelling van overheidswege voor dit werk was matig.
In de loop van de jaren werd de behoefte gevoeld voor een meer planmatige opzet van het medisch werk voor het gehele binnenland.

Periode van 1946 – 1960
De eerste arts, belast met de “Medische Zending in het bosland” was Drs. P.A. de Groot die het werk van zuster Nelly de Borst overnam. Met de komst van de Groot in 1946 werd de basis gelegd voor medische zorg zoals die nu wordt gegeven in het binnenland. Dr. De Groot ontwierp een eerste plan tot medische verzorging van het gehele binnenland, naar aanleiding van een verzoek hiertoe van de overheid aan het kerkbestuur van de Broedergemeente. Hij adviseerde aan het Zeister Zendingsgenootschap o.a. om het hospitaaltje te Ganzee naar Kabel te verplaatsen. Dit plan vond doorgang en het ziekenhuis werd als zendingsproject van het ZZG in 1947 gerealiseerd.
Ook werd in dit plan de noodzaak aangegeven om gezondheidswerkers, uit het bosland afkomstig, op te leiden.
Op Kabel werd een centrale medische post opgezet met een ziekenhuis waar de arts verbleef en in de omgeving waren er een aantal hulpposten  die bemand werden door daarvoor getrainde niet medici.
Op 26 april 1956 wordt het Johannes King Zendings Hospitaal te Stoelmanseiland, annex polikliniek en zusterhuis in gebruik genomen. Het telde 18 bedden, maar werd hetzelfde jaar nog uitgebreid tot 55 bedden.

Periode van 1960-1977
In 1960 begon de organisatie “Door to life Mission”, van de Amerikaanse Baptistenkerk, in de persoon van Mw. Dr. R.N. Lepper met zendings- en medisch werk onder een lang vergeten en verwaarloosde groep bewoners van het binnenland: de Bovenlandse Indianen. Deze groep was vanwege hun geïsoleerde woonplaatsen zeer moeilijk te bereiken. Na de Tweede Wereldoorlog begon hierin verandering te komen en werden de Bovenlandse Indianen uit hun isolement gehaald door de aanleg van airstrips bij de grotere dorpen. Dr. Lepper concentreerde het merendeel van de Indianen, die verspreid woonden in verschillende kleine dorpjes in vier nederzettingen teneinde een gemeenschapsontwikkelingsproject te beginnen. De Wajana’s vestigden zich in de dorpen Puleowime aan de Tapanahony en Kawemakhan aan de Lawa en de Trio’s in de dorpen Pelele Tepoe aan de Tapanahony en Alalaparoe in de savanne achter het dichte tropische regenwoud, dicht bij de zuidgrens. Alalaparoe verhuist later naar Kwamamalsamoetoe. De Missionary Aviation Fellowship (M.A.F.) zorgde bij zendings-en medisch werk tegen kostprijs voor het vervoer.
In 1963 vertrekt Dr. Lepper en wordt het zendings-en medisch werk overgenomen door de Stichting Interior Fellowship (S.I.F.) met behulp van de West Indian Mission. De arts Jan van Mazijk bezocht periodiek de nederzettingen en verleende radiotelefonisch consult aan de verpleegsters in het achterland.
In 1966 werd opgericht de Stichting Medische Zending Suriname (MZS) die het medisch werk onder de Bovenlandse Indianen overnam van onder andere de bovengenoemde organisatie.

Ook bij de Rooms-katholieke Missie, reeds enige jaren werkzaam onder de Benedenlandse-Indianen en langs de grote rivieren, werd in de jaren zestig de behoefte gevoeld aan herstructurering en intensivering van de door hen verstrekte medische zorg. Dit leidde op 28 maart 1968 tot de oprichting van de Pater Ahlbrinck Stichting(P.A.S.), welke zich ten doel stelt om ten dienste van het Bisdom Paramaribo de geestelijke, intellectuele, lichamelijke, maatschappelijke en culturele ontwikkeling van de bewoners van het binnenland te bevorderen, door gemeenschapsontwikkeling onder Indianen en Boslandcreolen.

In 1960 vestigt de zendingsarts Mw. S.M. Dekker (Miep Dekker) zich te Botopasie aan de Boven Suriname, maar verhuist na een jaar naar Ladouani, waar ze de leiding krijgt over een polikliniek met ziekenzaaltje. De polikliniek van Botopasie verhuist naar Debike.
Door het vollopen van het geprojecteerde Brokopondo stuwmeer door de bouw van de Afobakadam, welke in 1960 startte, moest op 1 december 1963 het Prinses Juliana Zendingshospitaal te Kabel gesloten worden en ter vervanging een nieuw zendingshospitaal opgezet worden te Djumu. Dit hospitaal werd reeds in 1962 ingewijd.
In 1964 vindt de inwijding plaats van het Medisch Centrum der E.B.G.S. te Brownsweg, welke voorziet in een polikliniek met 12 bedden.
In de periode van de jaren zestig en begin zeventig werden ook op andere plaatsen poliklinieken met vaste bedbezetting geopend m.n. te Drietabbetje, Kajana, Pusugrunu en poliklinieken te Abenaston, Langatabbetje, Karmel.

Op 2 januari 1974 werd, om het werk te professionaliseren, de “Stichting Medische Zending der Evangelische Broedergemeente in Suriname” (Medizebs) opgericht en aan deze Stichting werd de organisatie en uitvoering van het bovenvermelde medisch werk in het verzorgingsgebied van de Evangelische Broedergemeente opdragen.
Het beheer van de werkzaamheden werd in handen gelegd van de directie van het Diaconessenhuis.

Samenwerking
Vanaf 1973 voerde het Bestuur van de Stichting Medische Zending voor Suriname (M.Z.S.), werkzaam onder de Bovenlandse-Indianen, besprekingen met de Directie van het Diaconessenhuis.
Het resultaat hiervan was dat op 2 januari 1974, ook het beheer van het medisch werk van deze Stichting aan de directie van het Diaconessenhuis werd toevertrouwd.
Tenslotte sloot ook de Pater Ahlbrinck Stichting (P.A.S.) op 1 april 1976 een overeenkomst met de twee overige stichtingen.
Aldus werd officieel op 2 januari 1977 de medische zorg van het gebied beneden de 5e breedtegraad door de Surinaamse Overheid toevertrouwd aan de drie Stichtingen (M.Z.S., Medizebs en P.A.S.), in een overkoepelende organisatie: de Medische Zending, onder beheer van de directie van het Diaconessenhuis.
Door het samengaan van de verschillende zendingsorganisaties is voor een unieke, progressieve vorm van een samenwerking gekozen, waarbij aan de 3 kerkelijke organisaties werkzaam in het binnenland van Suriname de verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg in het achterland werd toevertrouwd. Dit is juist zo uniek omdat deze organisatie vanuit historische gronden het vertrouwen genieten van de bewoners van het binnenland.

De arts op de centrale post was de centrale figuur die invloed uitoefende op  het personeelsbeleid, voorzieningen bij de bouw van poliklinieken en had geen privé praktijk maar was volledig in dienst van de Medische Zending. Het coördinatiecentrum in het Diakonessenhuis had een meer regelende en ordenende taak dan een centralistische.
Door het Dr. Jan van Mazijk Coördinatiecentrum te Paramaribo, op het terrein van het Diaconessenhuis, werd deze zorg centraal beheerd, onder coördinatie van het Diaconessenhuis, die hiervoor een coördinator aanwees. De eerste coördinator was doktor Jan van Mazijk die echter op 16 november 1979 overleed.

Periode na 1977
Het werk van de Medische Zending bleef zich uitbreiden en tussen 1977 en 1999 nam het aantal poliklinieken toe van 17 naar 48. Een in 1978 goedgekeurd project, voorzag in de bouw van nog 13 eenvoudige hulpposten in het binnenland.

In 1986 kwam er echter een ernstige terugval van de activiteiten door de binnenlandse oorlog die in juli van dat jaar begon. Medische posten werden overvallen of werden onveilig. Gezondheidswerkers moesten vaak uit veiligheidsoverwegingen hun post verlaten en trokken naar Paramaribo, waar zij werden opgevangen door het Diakonessenhuis. Transport naar de medisch posten werd bemoeilijkt en er trad een gebrek aan medicijnen op.
Vele bewoners van het binnenland verlieten al of niet noodgedwongen hun woonplaatsen en voor de achterblijvers dreigde vaak voedselgebrek.
Door het Zeister Zendingsgenootschap werd te St. Laurent in Frans Guyana een coordinatiecentrum ingericht om noodhulp te coördineren.

Na de binnenlandse oorlog keerden vele ontheemden terug naar hun vroegere woonplaats. Ook gezondheidswerkers gingen terug naar hun posten, die ze vaak verwoest of verwaarloosd aantroffen. Het opnieuw opbouwen van de Medische Zending begon hiermee.
Op 1 januari 2002 werd het beheer van het medisch werk, dat uiteindelijk in handen was gelegd van het Diaconessenhuis, overgenomen door de Stichting Medische Zending Primary Health Care Suriname (MZPHCS), opgericht door de Medizebs en de P.A.S., waarbij de stichting Medische Zending Suriname (MZS) zijn verantwoordelijkheden ook overdroeg aan deze stichting.